Paragrafen

Financiering

Kasgeldlimiet

De begrenzing van de renterisico’s op de kortlopende middelen vindt plaats door het bepalen van een kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld als een maximum percentage van het begrotingstotaal, dat met kortlopende middelen mag worden gefinancierd. De minister van Financiën heeft het percentage vastgesteld op 8,5.
In onderstaande tabel zetten we voor 2027 de kasgeldlimiet af tegen de verwachte ontwikkeling van de netto vlottende schuld.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

1. Begrotingstotaal

295.962

295.962

295.962

295.962

2. Vastgesteld percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

3. Kasgeldlimiet (1 x 2)

25.157

25.157

25.157

25.157

4. Financieringsmiddelen

-4.000

-3.000

-3.000

-5.000

5. Ruimte kasgeldlimiet (3 + 4)

21.157

22.157

22.157

20.157

Renterisiconorm

De begrenzing van de renterisico’s op de gemeentelijke langlopende geldleningenportefeuille (zowel opgenomen als uitgezet) vindt plaats door het vaststellen van een renterisiconorm. Dit is het maximum percentage van het begrotingstotaal, waarvan de rente door herfinanciering of renteherziening mag worden gewijzigd. De minister van Financiën heeft het percentage vastgesteld op 20. Dit komt overeen met een gemiddelde rentevast periode van vijf jaar. Stijgt de marktrente in een jaar sterk, dan werkt dat door in maximaal 20% van het begrotingstotaal.
In onderstaande tabel zetten we de norm af tegen de feitelijke situatie. De gemeente voldoet ruimschoots aan de risiconorm.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

1. Begrotingstotaal

295.962

286.095

276.646

276.081

2. Vastgesteld percentage

20%

20%

20%

20%

3. Renterisiconorm (1 x 2)

59.192

57.219

55.329

55.216

4. Renteherziening

0

0

0

0

5. Aflossingen

2.000

2.000

2.000

2.000

6. Renterisiconorm (4 + 5)

2.000

2.000

2.000

2.000

7. Ruimte(+)/Overschrijding(-) (3 - 6)

57.192

55.219

53.329

53.216

Krediet-/debiteurenrisico

Bij de krediet-/debiteurenrisico’s bestaat de kans dat de waarde van een uitstaande vordering daalt doordat een debiteur niet of niet op tijd aan zijn verplichtingen voldoet. Debiteurenbeheer maakt onderdeel uit van de reguliere bedrijfsvoering van de gemeente. Door een goed invorderingsbeleid wordt het kredietrisico als laag ingeschat.
Daarnaast staat de gemeente garant voor de betalingen van de rente en aflossingen van geldleningen van verschillende partijen. Hierbij maken we onderscheid tussen indirecte garantstelling en een achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Bij de achtervangpositie van het WSW staat de gemeente voor 50% garant. Stichting Woontij, Stichting Woonzorg Nederland en Woningstichting Den Helder zijn aangesloten bij het WSW.
Voor Port of Den Helder NV geldt dat er nog een rekening-courantverhouding bestaat. Deze is opgenomen in het overzicht en maakt onderdeel uit van de maximale garantstelling.

Voor  een aantal instellingen is een maximum vastgesteld voor de garantstellingen. Het gaat hier om:

  • Port of Den Helder BV, met een maximum van € 13,3 miljoen;
  • Scholen aan Zee met een maximum van € 13,25 miljoen en een looptijd van 15 juli 2019 tot en met 15 juli 2043.

Dit betekent dat bovenstaande instellingen tot het door de gemeente vastgestelde maximum geldleningen kunnen aangaan zonder tussenkomst van de gemeente. Uit de cijfers in deze tabel blijkt deze instellingen nog ruimte hebben binnen het vastgestelde maximum.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gewaarborgde geldleningen per 31 december 2025.

Instelling (bedragen x € 1.000)

Oorspr.
bedrag

Gewaar-
borgd %

Schuld
01-01-2025

Schuld
31-12-2025

Woningstichting Den Helder

6.307

100

3.226

2.993

NV Huisvuilcentrale Noord-Holland

598.528

3,02

17.326

15.865

Noordwest Ziekenhuis

6.000

100

3.000

2.400

Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord

48.688

9

3.095

3.028

NV Port of Den Helder

14.750

100

12.801

12.036

Stichting Blijf van mijn Lijf

500

100

403

403

Scholen aan Zee

13.250

100

13.250

13.250

Subtotaal garanties zonder achtervang

688.023

53.101

49.975

Stichting Woontij

22.500

50

14.621

13.247

Woningstichting Den Helder

137.500

50

235.091

271.083

Stichting Woonzorg Nederland

6.349

50

3.726

4.174

Subtotaal garanties met achtervang WSW

166.349

253.438

288.504

Totaal

854.372

306.539

338.479

Opgenomen en aan te trekken langlopende geldleningen

In de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 wordt op basis van het staande beleid en de raming van de investeringen rekening gehouden met nieuw aan te trekken langlopende leningen van € 13 miljoen op jaarbasis. Deze leningen zijn lager dan de meerjarige investeringsagenda en gebaseerd op de werkelijke verwachting op basis van de afgelopen jaren. Richting de eerste begrotingswijziging wordt de investeringsagenda opnieuw bekeken en wordt het jaarlijks te investeren bedrag gekoppeld aan wat daadwerkelijk uitvoerbaar wordt geacht.
Voor deze nieuwe leningen geldt dat gerekend is met een rentepercentage van 3,7% en dat de verwachting is dat de leningen worden afgesloten met een looptijd van 10 tot 20 jaar. Het feitelijk aantrekken wordt elk jaar beoordeeld op basis van de werkelijke liquiditeitsbehoefte. De vraag is daarbij niet of er moet worden geleend, maar wel de exacte omvang en bij welke looptijd het gunstigste rente percentage kan worden verkregen.
De gemeente heeft de volgende omvang van de leningenportefeuille:

Opgenomen geldleningen (bedragen x € 1 miljoen)

31-12-2025

31-12-2026

Algemene financiering

€ 112,1

€ 109,0

Doorverstrekte geldleningen (zie hierna)

€ 78,9

€ 80,0

Totaal

€ 191,0

€ 189,0

Einddatum

Restantbedrag 1-1-2026

Aflossing

Restant bedrag 31-12-2026

Rente

Rente

BNG

2031

11.000.000

0

11.000.000

0%

0

BNG

2036

15.000.000

0

15.000.000

0,58%

86.250

BNG

2041

12.000.000

750.000

11.250.000

0,19%

22.800

BNG

2041

12.000.000

750.000

11.250.000

0,19%

22.800

BNG

2041

18.000.000

0

18.000.000

0,44%

79.200

BNG

2041

15.000.000

0

15.000.000

0,66%

99.300

BNG

2046

15.000.000

0

15.000.000

0,58%

87.000

BNG

2046

15.000.000

0

15.000.000

0,69%

103.800

BNG

2051

13.000.000

500.000

12.500.000

0,36%

46.800

BNG

2051

15.000.000

0

15.000.000

0,51%

76.500

BNG

2053

15.000.000

0

15.000.000

2,83%

423.750

BNG

2061

15.000.000

0

15.000.000

0,58%

87.000

BNG

2071

20.000.000

0

20.000.000

0,59%

118.000

nieuw

2035/2045

0

0

0

3,00%

pm

Totaal

191.000.000

2.000.000

189.000.000

1.253.200

Verstrekte langlopende geldleningen

Per 1 januari 2026 hebben we € 78,9 miljoen aan verstrekte langlopende geldleningen uitstaan. Het betreft geldleningen verstrekt aan:

Uitstaande geldleningen (bedrag x € 1 miljoen)

31-12-2025

31-12-2026

Woningcorporatie

€ 45,0

€ 45,0

Willemsoord

€ 18,0

€ 18,0

Startersleningen (via SVn)

€ 6,8

€ 7,1

Woonleningen (via SVn)

€ 5,0

€ 5,9

Schouwburg De Kampanje

€ 1,9

€ 1,8

Alliander

€ 2,1

€ 2,1

Triade

€ 0,1

€ 0,1

Totaal

€ 78,9

€ 80,0

Begrotingsgegevens Europese Monetaire Unie (EMU)

Het EMU-saldo is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid. Een negatief saldo geeft aan dat de overheid een tekort heeft: de uitgaven zijn groter dan de inkomsten. Het EMU-saldo van de lokale overheden telt mee voor het saldo van de totale Nederlandse overheid en draagt daarmee dus bij aan het EMU-tekort of overschot van de landelijke overheid. In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen.
Op basis van de Wet FIDO (Wet financiering decentrale overheden) behoort ingrijpen door de centrale overheid tot de mogelijkheden bij een dreigende overschrijding van het 3% EMU-tekort, voor zover dit wordt veroorzaakt door een ongewenste ontwikkeling van het saldo van de lokale overheden. De afspraak is dat het EMU-saldo in de begroting van de lokale overheden wordt opgenomen, zodat er inzicht is in de ontwikkeling daarvan.
Voor de begroting 2027 is het EMU-saldo € 21,1 miljoen nadelig. In de financiële doorrekening is rekening gehouden met een realistisch uitvoeringsniveau van de investeringen waardoor het EMU-saldo meerjarig verbetert. De investeringsagenda wordt richting de eerste begrotingswijziging opnieuw in de tijd gezet
In de berekening van het EMU-saldo is rekening gehouden met de technische uitgangspunten, de uitkomsten van de meicirculaire van het gemeentefonds en de uitvoering van de voorstellen zoals die tot de eerste tussenrapportage 2026 zijn vastgesteld.

Omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

Bedragen x € 1.000

(1)

(2)

(3)

(3)

(3)

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-1.371

-4.403

-2.990

-1.622

-623

Mutatie (im)materiële vaste activa

25.000

14.940

13.994

11.996

11.829

Mutatie voorzieningen

-1.183

-7.170

-328

-572

-356

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-954

-5.347

-5.052

-1.504

0

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

0

0

0

0

0

Berekend EMU-saldo

-26.600

-21.166

-12.260

-12.686

-12.808

(1) volgens de primitieve begroting 2026

(2) volgens de begroting 2027

(3) volgens de meerjarenbegroting 2027

Rente-omslag
De gemeente Den Helder hanteert de methode van totaalfinanciering. Dat wil zeggen dat we niet per investering een lening aantrekken, maar dat we naar het totaal van verwachte inkomende en uitgaande geldstromen kijken bij het aangaan van externe financiering. De rente die we over de aangetrokken leningen moeten betalen, willen we evengoed wel doorberekenen aan de investeringen. Om dat te kunnen doen, berekenen we het rente-omslagpercentage. Dat is het saldo van betaalde en ontvangen rente (toe te rekenen rente) afgezet tegen de boekwaarde van de activa. Via dit percentage verdelen we vervolgens de toe te rekenen rente over de individuele activa.

Rente-omslag (bedragen x € 1.000)

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

2.993

b.

De externe rentebaten (idem)

-538

Saldo rentelasten en rentebaten

2.455

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-108

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld

0

moet worden doorberekend

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke

-739

lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering),

die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-847

d1.

Rente over eigen vermogen

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.608

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.364

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

244

Boekwaarde activa 01-01

296.051

Rente-omslag (e/boekwaarde 1/1 2027)

0,5%

Deze pagina is gebouwd op 09/18/2026 07:34:03 met de export van 09/16/2026 16:43:26